
15
sep
Box 3 en je tweede woning: dit staat je te wachten
Eerder hebben we uitgelegd hoe het zit met de belastingregels voor een woning in het buitenland. Een tweede woning kan natuurlijk ook in Nederland staan. Daar gelden andere regels voor, die de afgelopen tijd zijn veranderd en de komende jaren nog verder veranderen. Vooral in 2026 en 2027 kan de belasting hoger uitvallen, zeker wanneer je de woning niet verhuurt.
Hoe werkt het nu (belastingjaar 2025)?
Voor 2025 geldt nog het huidige systeem. Je hebt twee keuzes:
- Forfaitair rendement: de Belastingdienst rekent met 5,88% van de WOZ-waarde. Je hebt een vrijstelling van €57.684 per persoon (fiscale partners beiden).
- Werkelijk rendement (tegenbewijsregeling): je mag aantonen dat je minder rendement hebt. Belangrijk om te weten is dat ook een stijging van de WOZ-waarde meetelt, zelfs als je je huis niet verkoopt.
Wat verandert er vanaf belastingjaar 2026?
In 2026 en 2027 worden de regels strenger. Het forfaitair rendement stijgt naar 7,77%, terwijl het heffingvrij vermogen daalt naar €51.000 per persoon.
Ook het eigen gebruik van de woning telt mee. De Belastingdienst rekent alsof je de woning verhuurt. Kun je de economische huurwaarde niet zelf onderbouwen? Dan geldt een standaardpercentage van 5,06% van de WOZ-waarde.
Hoe gaat het vanaf 2028?
Per 2028 komt er een nieuw systeem dat eerlijker moet zijn en meer aansluit bij de werkelijkheid:
- Je krijgt een kleine belastingvrije voet van €1.800.
- Bij verhuur betaal je belasting over de ontvangen huur.
- Bij geen verhuur geldt een bijtelling van 3,35% van de WOZ-waarde.
- Kosten voor onderhoud en rente zijn aftrekbaar.
- Waardestijging van de woning wordt pas belast op het moment dat je de woning verkoopt.
Wat betekent dit voor jou?
In 2026 en 2027 kan de belastingdruk flink stijgen, zeker als je de woning niet verhuurt. Het nieuwe systeem vanaf 2028 sluit beter aan bij de werkelijkheid, maar houdt nog steeds deels rekening met fictieve bedragen. Het is dus belangrijk om goed vooruit te plannen.
Tip: overweeg om grote verbouwingen of investeringen uit te stellen tot 2028, zodat deze meetellen in het nieuwe systeem.




